Home Apen-ABC Blauwoogmaki

Uiterlijk

Vanwege hun naam denk je misschien dat alle blauwoogmaki’s blauwe ogen hebben. Toch is dat niet helemaal het geval. Hun oogkleur kan variëren van bleekgroen tot grijs (en alles ertussenin). De mannen hebben een zwarte vacht. Bij de vrouwen is deze licht- tot donkerbruin. Beiden hebben ze geurklieren op hun billen en polsen. Deze klieren geven geuren af, waarmee ze andere dieren bijvoorbeeld duidelijk maken wat hun gebied is. Blauwoogmaki’s hebben sterke handen. De binnenkant van hun handen (handpalmen) zien er een beetje rubberachtig uit. Zo kunnen ze zich goed vasthouden aan bomen en takken. Blauwoogmaki’s zijn trouwens halfapen. Je herkent ze dus onder andere aan hun spitse neus, met een natte neuspunt. En hun grote ogen staan recht naar voren.

Leefgebied

In het wild leven blauwoogmaki’s op het Afrikaanse eiland Madagaskar. Om precies te zijn in de droge bossen van het schiereiland Sahamalaza. Dit is de enige plek op aarde waar de blauwoogmaki’s nog voorkomen.

Leefwijze

Blauwoogmaki’s leven in groepen van 2 tot 15 dieren. Een groep bestaat meestal uit 1 of 2 volwassen vrouwen en vaak twee jongere vrouwtjes. De vrouwtjes maken de dienst uit, zoals bij eigenlijk alle andere halfapen. De mannen leven vaak een beetje aan de rand van de groep. Zij wisselen regelmatig van groep.

Gedrag

Blauwoogmaki’s communiceren met geuren met elkaar. Door geursporen achter te laten, maken ze duidelijk wat hun gebied is. Maar de geur zegt ook iets over hun leeftijd, geslacht en of ze willen paren. De mannen en vrouwen gebruiken hiervoor hun geurklier bij hun anus. De mannetjes verspreiden geuren ook via hun polsen. Ze wrijven dan minutenlang over een tak om hun geur achter te laten.

Voortplanting

Blauwoogmaki’s paren in het wild van april tot juni met elkaar. De baby’s worden meestal in de herfst geboren. Blauwoogmaki-baby’s worden allemaal geboren met dezelfde vachtkleur als hun moeder. Na zes weken worden de mannetjes zwart. De vrouwtjes houden hun kleur. De moeders beschermen hun kleintje heel goed. De eerste weken kunnen ze zelfs erg agressief doen naar de andere dieren. De baby’s klampen zich de eerste 3 weken stevig vast aan de buik van de moeder. Na 3 weken zet de kleine voorzichtig zijn eerste stapjes. Langzaam maar zeker mogen dan de andere dieren uit de groep dan ook dichterbij komen. In deze periode proeft het kleintje ook voorzichtig wat vast voedsel. Wordt er een nieuwe baby in de groep geboren? Dan moet één van de oudere kinderen plaatsmaken: hij of zij wordt dan het huis uit gezet om zelf op zoek te gaan naar een partner.

Situatie in het wild

Blauwoogmaki’s worden met uitsterven bedreigd. De arme bevolking op Madagaskar kapt de bossen waar de blauwoogmaki’s leven voor landbouw. Ook wordt er op de blauwoogmaki’s gejaagd.

Apenheul Natuurbehoudfonds

Het Apenheul Natuurbehoudfonds steunt een belangrijk project om de blauwoogmaki’s op Madagaskar te beschermen. We trainen de boeren om op een duurzame manier rijst te verbouwen. Ook organiseren we ecoreizen naar Madagaskar. Toeristen zorgen namelijk voor inkomen (geld) voor de lokale bevolking. Hierdoor hoeven zij niet langer de bossen te kappen, maar hebben ze toch voldoende inkomsten. Een win-win situatie dus!

In Apenheul

Blauwoogmaki’s zijn in dierentuinen heel zeldzaam. Extra bijzonder dus dat je ze hier wél kan bewonderen! Bovendien zijn er de afgelopen jaren opnieuw blauwoogmaki’s in Apenheul zijn geboren: Arovy in 2017 en Reny in 2018. Helaas was hun moeder, New Hope, niet in staat haar kinderen zelf te voeden. Daarom gaven de dierverzorgers de kleintjes de fles. Deze situatie heeft niet onze voorkeur. Voor de blauwoogmaki’s hebben we echter een uitzondering gemaakt. Zij zijn zo kwetsbaar, dat ieder jong een verschil maakt voor het voortbestaan van de soort.

Fokprogramma

Apenheul is onderdeel van een fokprogramma voor blauwoogmaki’s. Door samen te werken met andere internationale dierentuinen, zorgen we ervoor dat blauwoogmaki’s in dierentuinen blijven bestaan.

Leuke weetjes

  • Blauwoogmaki’s vlooien elkaar vaak. Dat doen ze om sociale contacten met elkaar te onderhouden, maar ook om de vacht van de ander schoon te houden. Ze vlooien elkaar met hun tanden, die een soort kammetje vormen.
  • Blauwe ogen zijn in de apenwereld heel bijzonder. Behalve blauwoogmaki’s hebben alleen enkele soorten slingerapen blauwe ogen.