Home Apen-ABC Manteltamarin

Uiterlijk

Manteltamarins zijn herkenbaar aan hun zwarte haarloze hoofd en oren. Ze hebben een witte borst en armen, een bruinige rug en de staart is aan de buitenkant donkerbruin en oranjeachtig aan de binnenkant. De mannetjes en de vrouwtjes zien er hetzelfde uit. De witte kraag rond hun nek lijkt een beetje op een mantel, vandaar de naam ‘manteltamarin’. De lichaamsgrootte varieert tussen 21-28 cm, de staart is langer 33-42 cm. Ze hebben geurklieren op de borst en bij de genitaliën. Ze hebben geen platte nagels maar klauwtjes (behalve aan de opponeerbare duim op de voet).

Leefgebied

Ze leven in primair en secundair regenwouden, laaglandbos en moerasranden. Ze hebben een klein leefgebied dichtbij de miljoenenstand Manaus.

Leefwijze

Manteltamarins leven niet in de klassieke familiegroepen zoals vele dwergapen dat doen. Ze leven in multimale-multifemale familiegroepen van 2-12 dieren. In het wild bestaan de meeste groepen manteltamarins uit verschillende volwassen, niet verwante mannetjes en vrouwtjes. Het meest voorkomend is hierbij de samenstelling één volwassen vrouw en meerdere mannetjes (polyandrie). Deze leefwijze zien we slechts bij weinig apensoorten! Groepen met één man en verschillende vrouwtjes en groepen met één man en één vrouw komen ook voor, maar zijn niet de regel. Er is dus erg veel variatie. Welke factoren hierop van invloed zijn is nog niet exact duidelijk.  

Voortplanting

Het dominante vrouwtje in een familiegroep krijgt het nageslacht dat over algemeen uit tweelingen bestaat. De lager geplaatste vrouwtjes worden vaak seksueel onderdrukt door het dominante vrouwtje. In de urine van het dominante vrouwtje zit een stofje feromoon. De geur van dit stofje wordt opgevangen door de lager geplaatste vrouwtjes waardoor de eisprong wordt onderdrukt. Pasgeboren jongen worden gedragen door de vader en komen alleen om te drinken bij de moeder. Alle dieren in de groep bekommeren zich om de jongen, ook de niet verwante volwassen mannetjes.

Gedrag

Ze hebben bijzondere manieren om (visueel) met elkaar te communiceren, ‘tong flicking’: de tong beweegt snel in en uit de mond over de lippen. Dit kan een herkenningssignaal zijn, of een manier om boosheid of nieuwsgierigheid te tonen. Tong flicking komt vaak voor in combinatie met ‘head flicking’: waarbij het hoofd snel op en neer wordt bewogen. Daarnaast gebruiken manteltamarins geurklieren en urine om hun territorium te markeren. In tegenstelling tot oeistiti’s die een aangepast gebit hebben (onderkaak) kunnen deze tamarins vanwege hun grotere hoektanden niet zo eenvoudig in takken bijten. Dit is ook terug te zien in het aandeel gom in hun dieet.

Situatie in het wild

De stad Manaus - hoofdstad van de staat Amazones in Brazilië met zo’n 2 miljoen inwoners - blijft maar groeien als gevolg van toename van landbouwgebieden en veehouderijen. Hierdoor gaat er steeds meer leefgebied van de manteltamarins verloren en de tamarins hebben al zo’n ontzettend klein leefgebied. De manteltamarins worden daarom steeds vaker gezien in aangetast bos of in tuinen van villa’s in de buitenwijken van Manaus.

Een biologische bedreiging is de steeds vaker voorkomende competitie met de roodhandtamarin (één van de meest voorkomende dwergapensoorten). Het verspreidingsgebied van deze soort breidt zich steeds verder uit. Waarschijnlijk is deze soort beter bestand tegen verstoring van hun leefgebied. Voor de meeste soorten dwergapen geldt dat ze regelmatig illegaal als huisdier worden gehouden.

In Apenheul

In Apenheul hebben we momenteel één mannetje en we zijn op zoek om daar gezelschap voor te vinden. Dit wordt gedaan door de coördinator van het Europese fokprogramma.

Fokprogramma 

Apenheul is onderdeel van het Europese fokprogramma (EEP) voor manteltamarins. Door samen te werken met andere dierentuinen, zorgen we ervoor dat er een genetisch gezonde en demografisch stabiele populatie van deze soort in dierentuinen blijven bestaan.

Leuke weetjes

  • Manteltamarins zijn stressgevoeliger dan andere dwergapensoorten en - ook in het wild - vrij gevoelig voor veranderingen. Het fokken is daarom ook moeilijker dan bij andere dwergapen. Zij zijn maar in enkele dierentuinen gehuisvest.
  • Uit onderzoek is gebleken dat klauwaapjes - met uitzondering van de springtamarin (Callimico goeldii) - beschikken over een tweeling-gen. Bij de ei-sprong komen altijd twee of meer eitjes vrij, de tweelingen zijn dus twee-eiig. Heel bijzonder is dat de placenta’s van de twee embryo’s in het begin van de zwangerschap met elkaar vergroeien/versmelten en doordat bloedvatverbindingen ontstaan tussen de placenta’s ontstaan deelt de tweeling dezelfde bloedbaan (bloedcellen verhuizen tussen de tweeling). Dit bleek uit een wetenschappelijk publicatie in PNAS in januari 2014. In het Apenheul kwartaalblad Zoomaar van 2005 werd al precies hetzelfde beschreven door de toenmalig directeur Bert de Boer, die bovendien uit eigen chromosomen-onderzoek aan klauwaapjes ook vaststelde: ‘omdat in de helft van de gevallen de twee-eiige tweeling verschillend van geslacht is (in de andere helft van de gevallen zijn het twee jongens of twee meisjes), vind je bij de helft van de klauwaapjes dus zowel XX als XY-cellen in het bloed’.